Bernoulli Institute for Mathematics, Computer Science and Artificial Intelligence > FSE > RUG

Johan Cornelis Hendrik Gerretsen 1907-1983

Johan Cornelis Hendrik Gerretsen (Winschoten 20 May 1907 - Smalle EE 11 October 1983) was a professor at the University of Groningen from 1946 till 1977.

[Henk Broer and Henk de Snoo, Rijksuniversiteit Groningen, February 2018]

 Hieronder volgt een levensbericht van Johan Cornelis Gerretsen, zover dat nu bekend is binnen het Johann Bernoulli Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen.

De beginjaren. Johan Cornelis Hendrik Gerretsen werd op 20 Mei 1907 te Winschoten geboren. Zijn vader was Frederik Willem Gerretsen directeur van de Noord Nederlandse Machinefabriek te Winschoten 1881-1945 en zijn moeder Carolina de Vries 1886-????. Hij bezocht de Gem.s H.B.S. met 5-j. cursus aldaar en deed in 1925 het eindexamen. Enige maanden later slaagde hij voor het examen ter verkrijging van de middelbare akte wiskunde K1. In hetzelfde jaar werd hij ingeschreven als student in de faculteit der wis- en natuurkunde aan de Rijksuniversiteit te Groningen; zijn academische examens legde hij cum laude af. Als student werden in 1928 zijn oplossingen bekroond van een prijsvraag uitgeschreven door het Wiskundig Genootschap te Amsterdam; in 1940 viel hem ten tweede maal die eer te beurt. Op 21 juni 1939 promoveerde hij cum laude tot doctor in de wis- en natuurkunde op het proefschrift De topologische grondslagen der meetkunde van het aantal bij Gerrit Schaake.


Het doctoraal-examen in de krant!

Leraar. Van 1930-1932 was hij leraar aan de Rijks H.B.S. te Meppel, van 1932-1934 leraar aan de M.T.S. te Leeuwarden en van 1934 af was hij leraar aan de Rijks H.B.S. te Groningen. In 1941 werd hij aangesteld als docent in de Didactiek der wiskunde aan de Rijksuniversiteit te Groningen, maar in 1943 door de Duitse bezettingsautoriteiten van die functie ontheven op grond van het feit, dat hij als politiek gevangene in het concentratiekamp Vugt en in de gevangenis te Utrecht heeft moeten verblijven. Hij werd in die tijd vervangen door de wiskundeleraar Albert Koldijk. In 1945 werd Gerretsen in die functie hersteld en werd hem tevens leeropdracht verleend voor de hogere meetkunde ter tijdelijke voorziening in de vacature ontstaan door het overlijden van Gerrit Schaake.

Hoogleraar-directeur. Deze laatste functie bleef Johan Gerretsen houden tot 1977: hij werd in 1946 zelfs benoemd tot hoogleraar-directeur van het nieuwe Mathematisch Instituut van de Rijksuniversiteit. Zijn inaugurele rede Mathesis en aesthetica [11] werd gehouden op 24 oktober 1946.

De sterke groei van het instituut en de komst van toegepaste wiskunde als studierichting, staan op zijn conto en hij was ook degene die ervoor zorgde dat de eerste computers verschenen. Met name valt hier te noemen de aanstelling van de hoogleraar A.I. van de Vooren, met leeropdracht 'toegepaste wiskunde', en de invoering van het Zeer Elementaire Binaire RekenAutomaat of ZEBRA. Hij onderhield hierover directe contacten met het College van Bestuur der universiteit.


Introductie van de ZEBRA. Van links naar rechts: Prof.dr. W.J.W. Koster, Mr. W.A. Offerhaus (commissaris van de Koningin), burgemeester J. Tuin, de Groningse Nobelprijswinnaar Prof. dr. F. Zernike , Dr. H.J. Buurema en de president curator van de Universiteit Dr. E.H.A. Ebels.

Gerretsen was ook degene die als eerste in Groningen stageplaatsen regelde voor zijn wiskundestudenten. Het bleef niet bij alleen stageplaatsen. Studenten kregen banen door zijn netwerk. En Gerretsen zette zich over de hele linie in voor de studenten waar hij iets in zag. Opgemerkt mag hierbij nog dat Gerritsen in 1963 zijn collega C.S. Meijer verving als promotor van Boele Braaksma. Zijn afscheidscollege Op het voetspoor van Aristoteles [24] vond plaats op 24 Mei 1977.


Afscheidscollege 24 mei 1977

Publicaties, outreach. Gerretsen's wetenschappelijke publicaties bestrijken het terrein van de afbeeldingsmeetkunde, lijnenmeetkunde in de vierdimensionale ruimte [8], meerdimensionale meetkunde [9], niet-Euklidische meetkunde [4,5,6,7,10,22] en differentiaalmeetkunde [15,21], functietheorie [20] en topologie [2,13]. Bij het International Mathematical Congress van 1954 in Amsterdam was hij een der bezorgers van de proceedings [18]. In de jaren 1950 introduceerde Gerretsen de aggregaten-meetkunde [17]. Hij gaf hierover college en is op dit terrein promotor geweest van twee proefschriften van I.W. van Spiegel (1957) en A.H. Nicolaď (1964). Ook is een deel van zijn werk gewijd aan zaken van meer algemene interesse, bijvoorbeeld over de relatie met mathematische fysica [12,14], of in de richting van het middelbaar onderwijs [1,3,19].

Daar komt bij dat Gerretsen interesse had in het populariseren van wiskunde. Zo heeft hij ook een bijdrage over wiskunde geleverd aan deel IV de Eerste Nederlandse Systematisch Ingerichte Encyclopaedie (ENSIE). Dit was een twaalfdelige encyclopaedie verschenen tussen 1946 en 1960. Daarin geeft hij blijk van zijn brede visie over het gehele vakgebied. Ook mag genoemd worden zijn bijdrage aan TV Teleac-cursus Wiskunde in 1970. Over zichzelf zei hij ooit: ``Ich bin ein Gelehrter nicht ein Forscher.''


Proceedings van het ICM 1954 gehouden te Amsterdam

Karakterschets. Via enkele oud-wiskundestudenten ontstaat er een levendig en schilderachtig beeld van Gerretsen als een hoogleraar met een zekere zwier. Hij wordt beschreven als kleurrijk, maar ook enigszins theatraal en ijdel, met zijn vlinderdasje en zijn smetteloze kleren. Tot in de jaren 1980 gingen op het mathematisch instituut anecdotes rond over Gerretsen, die duidelijk iemand was met een gebruiksaanwijzing.

Gerretsen had een duidelijke Italiaanse connectie en hij sprak de taal vloeiend. Ook schreef hij wel in het Italiaans [15,17] en werkte hij samen met zijn collega Giovanni Sansone (1888-1979) van de Universiteit van Florence, zie [20]. In dit verband mag zijn lidmaatschap en later bestuurslidmaatschap van de vereniging Dante Alighieri niet onvermeld blijven. In 1952 werd hij hierdoor benoemd tot ridder-officier in de orde van verdienste van de Italiaanse republiek.


Herdenking Dante in de aula van de universiteit. Benoeming van Gerretsen tot ridder-officier in de orde van verdienste van de Italiaanse republiek

Zijn colleges en wijze van tentaminering wordt in afwisselende termen beschreven. Vooral in zijn begintijd, worden zijn colleges zeer gewaardeerd en zelfs bewonderd. Hij kon beeldend en motiverend vertellen en wist er van alles bij te halen. Gerretsen werd het meest gewaardeerd om zijn brede visie. Maar hoe inspirerend zijn colleges ook konden zijn als hij gemotiveerd en geďnspireerd was, andere keren maakte hij zich met een Jantje van Leiden vanaf en ontaardden zijn colleges enigszins. Dit laatste werd sterker met het klimmen der jaren.

Het einde. Begin jaren zestig werd hij ziek, waardoor hij een groot deel van zijn gezichtsvermogen verloor. Hij had ook problemen thuis en toen hij na zijn ziekte weer terugkeerde op het instituut was de aardigheid er een beetje af, zowel bij hemzelf als bij zijn collega's. Hij overleed 11 oktober 1983 in het Friese Smalle EE.


Benoeming in een internationale commissie voor wiskunde-onderwijs begin 1954

Betrokkenheid bij het middelbaar onderwijs. Voorafgaand aan het IMC van 1954 werd Gerretsen lid van een internationale commissie voor wiskunde-onderwijs. In 1968 werd een nieuw middelbare school programma ingevoerd, waar- door uitgebreide nascholing nodig was; deze werd opgezet vanuit Utrecht. Leraren gingen indertijd een hele week op nascholing, waarvoor grote hoeveelheden opgaven moesten worden gemaakt. Onder anderen Gerretsen hield zich ermee bezig, waarbij hij opnieuw in kontakt trad met Koldijk. Samen met Van Gelder werd een nascholingsprogramma ontwikkeld voor mulo-leraren na te scholen.

Vanwege de invoering van de Mammoetwet in 1968 (stelsel van vwo, havo, mavo en lbo) werden overal nieuwe eerstegraads lerarenopleidingen opgezet. De Rijks Universiteit Groningen werkte hierbij samen met de Fryske Akademy te Leeuwarden, want de Fryske Akademy verzorgde onder de naam Noordelijke Leergangen de MO-opleidingen te Leeuwarden, Groningen en Zwolle.


Pleidooi voor lerarenopleidingen aan de universiteiten

Er werd een voorbereidings- commissie gevormd met Gerretsen als voorzitter. Gerretsen wilde er ook een 'echte leraar' in, en vroeg Koldijk, die even later de vakdidacticus L.N.H. Bunt in Groningen opvolgde. Koldijk werd daarna betrokken bij de oprichting van de Nieuwe Lerarenopleidingen (NLO's), waaronder Ubbo Emmius te Groningen.

References

[1] Doelstelling van het wiskundeonderwijs. Euclides 34 (1958) 90-94.
[2] Inleiding tot een topologische behandeling van de meetkunde van het aantal. Noordhoff, Groningen, 1939.
[3] Beginselen der beschrijvende meetkunde. ??, 1940.
[4] Die Begründung der Trigonometrie in der hyperbolischen Ebene. I. Nederl. Akad. Wetensch. Proc. 45 (1942). 360–366.
[5] Die Begründung der Trigonometrie in der hyperbolischen Ebene. II. Nederl. Akad. Wetensch. Proc. 45 (1942). 479–483.
[6] Die Begründung der Trigonometrie in der hyperbolischen Ebene. III. Nederl. Akad. Wetensch. Proc. 45 (1942). 559–566.
[7] Zur hyperbolische Geometrie. Nederl. Akad. Wetensch. Proc. 45 (1942). 567–573.
[8] Die Liniengeometrie des 4-dimensionalen Raumes. I. Nederl. Akad. Wetensch. Proc. 45 (1942).690-696.
[9] An analogue of the nine-point circle in the space of n-dimensions. Nederl. Akad. Wetensch. Proc. 48 (1945) 535–536; (:cell:) Indagationes Math. 7 (1945) 123–124.
[10] Niet-Euklidische Meetkunde. 1e ed. J. Noorduijn en Zoon N. V., Gorinchem, 1942. xi+212 pp; 2d ed. J. Noorduijn en Zoon N. V., Gorinchem, 1949. xi+212 pp.
[11] Mathesis en aesthetica. Inaugurele rede. 1946
[12] De betekenis van de wiskunde voor de hedendaagse natuurwetenschap. P. Noordhoff, Groningen-Batavia, 1949. 27 pp.
[13] Some examples of two-sheeted three-dimensional covering spaces. Seven Lectures on Topology. pp. 103–126. Centrumreeks, no. 1. Math. Centrum Amsterdam J. Noorduijn en Zoon, Gorinchem, 1950.
[14] Les fondements géométriques de la relativité restreinte. Simon Stevin 28 (1951). 98–125.
[15] Osservazioni sulla geometria differenziale delle varietŕ negli iperspazi. Mem. Accad. Sci. Ist. Bologna. Cl. Sci. Fis. (10) 9, (1952). 61–80.
[16] Inequalities in the triangle. Nieuw Tijdschr. Wiskunde 41 (1953). 1–7.
[17] La Geometria degli Aggregati, Instituto Matematico dell' Universitŕ, Roma (1955).
[18] (with J. de Groot) Eds., Proceedings of the International Congress of Mathematicians 1954, Vol. I, II, III, Noordhoff, Groningen, 1957.
[19] Raaklijn en oppervlakte: inleiding tot de infinitesimaalrekening op aanschouwelijke grondslag. Erven F. Bohn ?? 1959.
[20] (with G. Sansone) Lectures on the theory of Functions of a Complex Variable. I: Holomorphic Functions. Noordhoff, Groningen, 1960 [1947] pp. xii+488.
(with G. Sansone) Lectures on the theory of functions of a complex variable. II: Geometric theory. Wolters-Noordhoff Publishing, 1969 [1947] pp. x+700.
[21] Lectures on Tensor Calculus and Differential Geometry. Noordhoff, Groningen, 1962.
[22] Les coordonnées de Weierstrass dans la géométrie hyperbolique. Collection of articles dedicated to Giovanni Sansone on the occasion of his eighty-fifth birthday. Boll. Un. Mat. Ital. (4) 11 (1975), no. 3, suppl., 511–524.
[23] Grondslagen van de leer der reëele getallen en de reële analyse. Commissie Modernisering Leerplan Wiskunde, 1967.
[24] Op het voetspoor van Aristoteles. Afscheidsrede, 1977.
[25] Der Kalkül der abzählenden Geometrie. Nieuw Arch. Wisk. (3) 26 (1978), no. 1, 142–160.

Publications of J.C.H. Gerretsen on MathSciNet

Mathematics Genealogy Project for J.C.H. Gerretsen