Blaarkop moet weer terug in het landschap

De Blaarkop is reeds lange tijd in Nederland een bekend rundertype. Het is een enigszins zwaar dier en bestemd voor zowel vlees- als melkproductie. Vanaf de middeleeuwen worden de dieren op schilderijen weergegeven, met zowel rode als zwarte blaarkoppen. Ook de witkop, zonder aftekeningen op de kop, kwam regelmatig voor. Friese veehandelaren kochten eind 19e eeuw de blaarkoppen op als slachtvee voor de Londense veemarkt. In de provincie Groningen bestond aan het begin van de 20e eeuw de veestapel voor 90% uit blaarkoppen. Behalve in Groningen fokte men de dieren in Zuid-Holland rondom Leiden en de Rijnstreek van Utrecht. Ook in het buitenland komen runderen voor met de typische blaarkoptekening, namelijk in de Oekraïne en in bepaalde streken van Afrika en Azië. In Engeland zou door kruisingen met witkoppen uit Nederland in de 17e eeuw de Hereford zijn typische witte kop hebben verkregen.

Type: De blaarkop is een dubbeldoel rund van het vlees-melktype (60%-40%). De kleur is egaal zwart of rood met een witte kop en een witte staartpunt. Rondom de ogen heeft het dier zwarte of rode blaren. Deze kunnen verbonden zijn met de hals, vaste blaren, of uitsluitend rond de ogen voorkomen, losse blaren. De onderkant van de buik is eveneens wit, oplopend tot de hals. De benen zijn liefst gekleurd met witte sokken tot de kogels. Het dier heeft stevig beenwerk en goede klauwen, een goed uier met een hoog eiwitgehalte in de melk.
Het stamboek voor de raszuivere dieren heeft een grillig historisch verloop gehad. Het Nederlands Rundvee Stamboek (NRS) onderscheidde in 1902 het Zwartblaar- en Zwarte Witkop Groninger veeslag. Het NRS weigerde om roodgekleurde dieren te erkennen. Daardoor richtte een aantal fokkers het Groninger Rundveestamboek op in 1908, dat in 1918 de naam Groninger Blaarkop Rundvee Stamboek (GBRS) kreeg. De witkop werd als een minder gewenste tekening beschouwd.
Doordat het NRS vanaf 1931 de rode blaarkoppen wel weer erkende, nam het ledental van het GBRS af en werd het stamboek uiteindelijk in 1957 opgeheven. Omstreeks 1980 bestond 1% van de Nederlandse rundveestapel uit blaarkoppen, hiervan had bijna de helft een rode kleur.
Echter vanaf die tijd bleek het dubbeldoeldier niet opgewassen tegen de typische melkvee- of vleesrasssen, daardoor nam het aantal dieren snel af. In 1986 werd het Blaarkop Rundvee Syndicaat opgericht, er waren toen ongeveer 20.000 zuivere dieren. In 1998 resteerden 1000 koeien en 15 goedgekeurde stieren. Deze situatie maakt dat het ras zeer kwetsbaar en bedreigd is voor de toekomst.

Destijds heeft rustend veehouder Spaans een initiatief genomen om de fokkerij te stimuleren. Zie een column van Koos van Zomeren in NRC-Handelsblad, 5 januari 2002.

    Zie ook:     Koos van Zomeren   -   Foto's


Helaas zijn er ook in Kommerzijl al lang geen Blaarkoppen meer!

 

Maar inmiddels is er de   -   kijk daar voor meer info!

 

Twee filmpjes: een lange en een lollige   -   Ook Pé Daalemmer vindt het een goed idee: