Type: De blaarkop is een dubbeldoel rund van het vlees-melktype (60%-40%).
De kleur is egaal zwart of rood met een witte kop en een witte staartpunt.
Rondom de ogen heeft het dier zwarte of rode blaren. Deze kunnen verbonden
zijn met de hals, vaste blaren, of uitsluitend rond de ogen voorkomen,
losse blaren. De onderkant van de buik is eveneens wit, oplopend tot de
hals. De benen zijn liefst gekleurd met witte sokken tot de kogels. Het
dier heeft stevig beenwerk en goede klauwen, een goed uier met een hoog
eiwitgehalte in de melk.
Het stamboek voor de raszuivere dieren heeft een grillig historisch verloop
gehad. Het Nederlands Rundvee Stamboek (NRS) onderscheidde in 1902 het
Zwartblaar- en Zwarte Witkop Groninger veeslag. Het NRS weigerde om
roodgekleurde dieren te erkennen. Daardoor richtte een aantal fokkers het
Groninger Rundveestamboek op in 1908, dat in 1918 de naam Groninger
Blaarkop Rundvee Stamboek (GBRS) kreeg. De witkop werd als een minder
gewenste tekening beschouwd.
Doordat het NRS vanaf 1931 de rode blaarkoppen wel weer erkende, nam het
ledental van het GBRS af en werd het stamboek uiteindelijk in 1957
opgeheven. Omstreeks 1980 bestond 1% van de Nederlandse rundveestapel uit
blaarkoppen, hiervan had bijna de helft een rode kleur.
Echter vanaf die tijd bleek het dubbeldoeldier niet opgewassen tegen de
typische melkvee- of vleesrasssen, daardoor nam het aantal dieren snel af.
In 1986 werd het Blaarkop Rundvee Syndicaat opgericht, er waren toen
ongeveer 20.000 zuivere dieren. In 1998 resteerden 1000 koeien en 15
goedgekeurde stieren. Deze situatie maakt dat het ras zeer kwetsbaar en
bedreigd is voor de toekomst.
Inmiddels heeft rustend veehouder Spaans een initiatief genomen om de fokkerij te stimuleren. Zie een column van Koos van Zomeren in NRC-Handelsblad, 5 januari 2002.
| Zie ook: korte beschrijving - stand van zaken - Koos van Zomeren |
|
Blaarkoppen |
Fotoos: - 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - 8 - 9 - 10 - 11 - 12