De Groninger Blaarkop
Blaarkoppen zijn al beschreven in de veertiende eeuw.
Sinds 1908 maken ze officieel deel uit van de drie Nederlandse rundveerassen
(zwartbont, roodbont MRIJ en blaarkop) die onder het Nederlands Rundvee
Syndicaat vallen.
Het belangrijkste fokgebied is in de provincie Groningen. Daarnaast
is vanaf het midden van de negentiende eeuw een concentratie blaarkoppen
in de Rijnstreek tussen Utrecht en Leiden.
Het ras heeft altijd een bescheiden omvang gekend, maar het heeft zich
weten te handhaven.
De hernieuwde aandacht voor duurzaamheid, voerefficiëntie,
vruchtbaarheid en diergezondheid geeft nieuwe kansen.
Op 1 oktober 1986 is het stamboek opgericht
Het blaarkopras wordt gekenmerkt door een stevige, solide,
evenredige bouw met een gepaste bespiering.
De kop is gehoord, de romp gewelfd, de benen sterk en droog met harde
klauwen.
Er zijn rode en zwarte blaarkoppen. Het aandeel rode is gestegen van
5 à 10 % in het begin van de twintigste eeuw tot ongeveer 60 %
aan het eind.
Witte vlekken in het rood of zwart zijn ongewenst evenals hoge witte
benen. Stieren zijn 1,45 tot 1,51 meter en wegen 800 kg.
Koeien meten 1,35 tot 1,41 meter en wegen 600 kg.
De gemiddelde melkproductie ligt op 6000 kg met 4,35% vet en 3,60% eiwit.
Ze kalven gemakkelijk met een tussenkalftijd van 375 dagen en
hebben een lage kalver-sterfte.
De gemiddelde leeftijd is 4 jaar en 7 maanden.
| Zie ook: korte beschrijving - stand van zaken - Koos van Zomeren |
|
Blaarkoppen |
Fotoos: - 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - 8 - 9 - 10 - 11 - 12