Klik voor een hoger kwaliteits afbeelding Klik voor een hoger kwaliteits afbeelding
Nassaukooi

Eendenkooien zijn oud. Al omstreeks 1450 moeten er al "coyen" zijn geweest in Nederland. Rond 1800 waren er wel duizend eendenkooien in ons waterrijke land, dat in de herfst en winter verblijfplaats was van zeer veel waterwild. Eendenbout was voor velen een welkome aanvulling op het menu

De Nassaukooi ten oosten van Buren is al aan het begin van de 18e eeuw aangelegd. In de meimaand van 1704 kocht Amalia van Anhalt Dessau, Prinses van Nassau, het eiland Ameland voor haar zoon Johan Willem Friso van Oranje Nassau. Hij was Stadhouder van Friesland. De koninklijke familie liet in 1705 een eendenkooi aan leggen en een kooihuis bouwen: de Nassaukooi. De kooi bleef tot ongeveer 1830 in bezit van de Nassau's.

Kooi en Kooirecht

Een eendenkooi is een soort fuik waar met tam gemaakte eenden, lokeenden, wilde eenden worden gevangen. De kooi bestaat uit een door bomen omringde vijver waar vier of vijf slootjes -de vangpijpen- van uit gaan. De pijpen zijn doodlopend, het steeds nauwere eind is omgeven door gaas. In dit gedeelte tracht de kooiker (de eigenaar van de kooi) de wilde eenden te vangen. Hij doet dit met de tamme lokeenden en voer. Het is belangrijk dat er in en ver buiten de kooi rust en stilte heerst om het wild niet te verstoren. Om daarvan verzekerd te zijn kreeg de kooiker het Kooirecht: het recht van afpaling van het gebied rondom de eendenkooi. Dit hield in dat in het gebied van de eendenkooi niet mocht worden gejaagd en geschoten. Ook andere vormen van lawaai waren niet toegestaan. De afstand van het afpalingsrecht was in Friesland 400 Roeden, d.w.z. ongeveer 1.5 kilometer gerekend vanuit het midden van de kooi.

De vangst

Allerlei soorten gevogelte, zoals wilde eenden en slobeenden , pijlstaarten, smienten en talingen kwamen af op de rust en het voer van de eendenkooi. Bij goede vangsten werden er soms wel 1000 vogels op een dag gevangen. Zo werd het doel van de eendenkooi steeds meer commercieel. Het wildgevogelte werd een handelsproduct. Beurtschippers brachten het naar Amsterdam en andere gebieden. Vooral Frankrijk was een goede afnemer. In de loop der tijden nam het aantal eendenkooien af. De moderne tijd met zijn drukte en lawaai en ook de waterbeheersing, zorgden voor het verval.

De Nassaukooi in de Kooiduinen wordt uit historisch oogpunt "bedrijfsklaar" door de kooiker in stand gehouden. Er worden geen eenden meer gevangen. In het zomerseizoen zijn er op vaste tijden rondleidingen. Informatie hierover is verkrijgbaar bij het Natuurcentrum en het VVV.

Excursie in de eendenkooi Via een rondgang langs de verschillende vangpijpen vertelt de gids u over deze bijzondere vangmethode. Natuurlijk komt daar ook een stukje Amelander geschiedenis aan de orde. In de kooi zijn nog steeds verschillende soorten eenden aanwezig. In een rondleiding van ongeveer een uur wordt u volledig ge´nformeerd over dit oud-hollandse ambacht.